Dag 1 – naar Aster lake backcountry campground

In de hostel wilde iemand wel even de ‘voor’ foto maken. Van een ‘na’ foto is het niet meer gekomen overigens.

Beetje bang voor beren op de weg ;-), reed ik naar het begin van de route. Om 09:00 uur doe ik de rugzak om, me bedenkend dat dit een dag wordt met veel ‘firsts’ – ik heb nog nooit eerder zoiets gedaan.

De eerste dag begon eenvoudig. De eerste acht kilometer waren een beetje heuvelig, lopend rondom het Upper Kananaskis lake.

Upper Kananaskis lake

Ik begon er vertrouwen in te krijgen: dit gaat wel lukken. Dat optimisme was van korte duur. In de middag werd het een echte uitputtingsslag. Ik had de eerste dag een klim van in totaal 900 meter ingepland. En omhoog lopen is zwaar! Ik liep over ‘skreefields’: losse steentjes die telkens wat glijden als je erop gaat staan. Één stap omhoog, halve stap naar beneden glijden. Erg zwaar.

Lopend over de skreefields zie ik de eerste waterval. Best een plaatje.

Laat op de middag kom ik aan op de kleine camping (zes kampeerplaatsen). De enige andere campinggasten zijn een gezin, waarvan de vader een voormalige Banff-parkwachter is. Hij wist mij te vertellen dat er een grizzly met welp in de buurt rondloopt. Hij had de sporen gezien. Goed, al het eten ging toch in de bear-proof containers die op de camping aanwezig waren. Ik zet mijn tent op en lig om 9 uur op bed.

Een mooie blik op de camping, gezien vanaf de locatie van de bear-proof containers. Mijn tentje staat er, achter de bomen staat er nog een. Nog 4 lege plaatsen beschikbaar.

Reisverslagje – heenweg

De eerste dag is vooral nog gevuld met wat spanning. Het was beredruk op Schiphol. Ik heb bijna twee uur gewacht om de bagage af te kunnen geven. 35 minuten voor gepland vertrek ligt mijn bagage op de band. ‘We weten niet of het lukt om het nog aan boord te krijgen.’ Oei. Zonder rugzak wordt dit een heel ander avontuur…
Het bleek allemaal mee te vallen. De rugzak was netjes mee en kwam ongeschonden aan (een overzak was misschien wel handig geweest). Later begreep ik dat, drie uur na mijn vertrek, de kerosinekraan op Schiphol voor 9 uur dicht is gegaan door een storing. Ik was net op tijd weg blijkbaar ;-).

De huurauto ophalen. Ik gebruik ‘m alleen om naar de trailhead te rijden en weer terug; totaal nog geen 400 km. Toch lukt het de mensen bij Budget om mij voor een paar honderd euro aan extra verzekeringen aan te smeren. Ik was blijkbaar al behoorlijk moe. Grr.
Omstreeks 17:00 Calgary in gereden (in de spits), op naar de Mountain Equipment Corporation, de MEC, alwaar ze de voorraden hebben die ik Nederland niet kon halen. Een schepje, een brandertje om de soep/koffie mee te verwarmen en natuurlijk bear spray en bear bangers. Bear spray is een spuitbus, te gebruiken als een beer of poema gevaarlijk dichtbij komt. Opgevoerde pepperspray zeg maar. En bear bangers zijn een soort rotjes, die je afschiet en die dan een harde knal geven. Beide zijn niet toegestaan in NL of op de vlucht naar huis, dus zal ik moeten achterlaten in Canada. Ik twijfel nog of ik een bear proof food canister meeneem, maar besluit dat het maar voldoende moet zijn om het eten beerveilig op te hangen in de nachten.

Het is 19:30 als ik Calgary eindelijk uitrij en anderhalf uur later kom ik aan in het hostel. Blij toe; volgens mijn interne klok is het immers inmiddels 05:00 uur – het is tijd om op bed te gaan! Ik pak mijn rugzak nog in en ga slapen in de slaapzaal, die ik – tegen de verwachting in – voor mezelf heb. Ik slaap wat licht, maar best goed.

De route – zoals daadwerkelijk gelopen

En hier de route in Google Maps

Zo, en dit is wat ik werkelijk gedaan heb. Van de totale afstand heb ik ongeveer 10 kilometer/500 meter hoogteverschil niet zelf gelopen (lift gekregen). Kortom, daadwerkelijk gelopen: 132 km, 6.6 km omhoog en weer omlaag gelopen.

In vergelijking met de planning is vooral de noordelijke loop sterk ingekort. In de originele planning had ik al opgenomen dat ik wellicht een andere route zou zoeken vanaf Ralph Lake naar Banff; dat heb ik ook gedaan. De route zou te zwaar zijn geworden. Het zou hebben betekent dat ik 30+ kilometer over reguliere wegen zou moeten hiken en dat is niet alleen minder leuk, het is ook extra zwaar omdat je bij elke stap precies dezelfde drukpunten creëert; dé manier om te zorgen voor pijnlijke voeten / blaren. Bij hiken op trails is elke stap juist weer anders en dat geeft veel meer variatie qua belasting van de voet en is makkelijker vol te houden.

Kortom, de route is aangepast aan de werkelijkheid / ervaring van de eerste dagen. Verder zorgde het inkorten van de route er ook voor dat ik meer tijd kon besteden op de idyllische plekjes die ik zo her en der ben tegengekomen.

Zorgen/onzekerheden – enkele dagen voor vertrek

Backpacken is nieuw voor mij. Er kan van alles fout gaan. Ik ben al even ingegaan op de risico’s. Dit stukje gaat over de risico’s waarover ik mij zorgen maak en/of onzeker over voel.

Mijn grootste zorg – by far – is dat ik het fysiek niet aankan. Mijn conditie is prima, maar misschien heb ik een veel te ambitieuze route gekozen. Vele van de trails die ik ga lopen, worden geclassificeerd als ‘hard’ en ‘alleen voor zeer ervaren hikers’. Dat is vast niet voor niets. Is het aanstelleritis? Waarom kunnen ervaren hikers het wel dan? Ga ik erop vastlopen? Of ga ik het misschien niet aankunnen? In totaal zit er zo’n 10.5 kilometer hoogteverschil in de route. Die afstand ga ik dus omhoog en weer omlaag lopen. Zo’n 90x de Eiffeltoren op (naar de 2e verdieping), in 13 dagen. 7x per dag gemiddeld. Best veel.
En inmiddels denk ik dat ik beter voorbereid had kunnen zijn als ik niet aan het afvallen zou zijn. Wél koolhydraten, zodat mijn spieren glycoceen hebben om te verbranden. Goed bijeten om te zorgen dat mijn spieren er ook weer genoeg van aanmaken in rust. Wat als ik nu mijn eigen spieren aan het opeten ben? Ik ben blij met de weegschaal (nipt onder 90 kg), maar niet als dat komt doordat mijn spiermassa afneemt. Tja, ik kan nu niet meer switchen naar koolhydraatrijk eten voor de trip. Daar schrikt mijn lichaam echt te veel van.

Verder ben ik me behoorlijk bewust van mogelijke blessures. Ik mag geen enkel verstuiken voor vertrek! Ik mag niet ziek worden. En dat terwijl ik net ben gestopt met werken – iets dat wel vaker aanleiding is geweest om ziek te worden.

En wat ga ik doen in de avonden? Ik ga veel lopen per dag, maar wat doe ik ’s avonds? Misschien moet ik een boek meenemen.

De route

(tegen de klok in)

En de route in Google maps (inclusief planning)

Zo, dit ga ik wandelen. Best wat kilometers en best wat hoogteverschil, maar verspreid over 13 hele dagen en daarom volgens mij wel te doen. De routes op dagen 7 en 8 zijn nog niet zeker, omdat die buiten de nationale/provinciale parken lopen, over (grind)wegen. Moet beter kunnen. Wellicht zoek ik een andere route van nacht 6 (Ralph lake) naar nacht 10 (Bryant creek campground).

Voor mezelf:
24/25 jul 50.933811, -115.142681 (tel. +18667624122)
6/7 aug 51.079056, -114.167645 (tel. +14032471330)

Wat neem ik mee?

Ik ben iemand die vaak te veel meeneemt op een trip. Dat kan nu niet. Als je alles twee weken lang op je rug gaat meesjouwen, wil je alleen datgene meenemen dat je echt nodig hebt.

Inmiddels heb ik vele avonden besteed aan het uitzoeken wat ik nodig heb (niet leuk). Er blijkt een hele industrie te bestaan rondom ‘zo licht mogelijk’: tenten, slaapzakken, slaapmatjes, loopstokken, rugzakken – en alles dat daarin mee gaat. En uiteraard: hoe lichter, hoe duurder. Kortom, er zijn vele keuzes te maken. Ben ik nog niet mee klaar, maar het lijkt erop dat het gaat lukken om het totaalgewicht onder de 25 kg te houden. En het leuke daarvan is, dat ik mét rugzak nog altijd minder weeg dan ik 5 jaar geleden woog zónder rugzak ;-). Dat, in combinatie met mijn inmiddels goede conditie, geeft vertrouwen dat ik dit fysiek aankan.

Ik heb nog niet precies uitgezocht wat ik aan eten ga meenemen. Ik eet al enkele maanden low-carb, dus koolhydraten gaan in ieder geval niet mee. Wel heel veel noten, wat chocolade (85% cacao; weinig koolhydraten dus) en soep. Eerder dacht ik eraan om salamiworsten mee te nemen, maar dat is wellicht geen goed idee omdat de sterke geur dieren aantrekt. Ik denk zo’n 3500 kcal. per dag mee te nemen, misschien iets meer. En ik wil het onder de 8 kg houden. Moet kunnen, want low-carb eten heeft relatief veel calorieën per kg.

Water ga ik filteren. Rivieren genoeg.

Veiligheid

De keuze voor Canada was niet toevallig. Ik wil naar een veilig land. Een land waar toeristen niet worden ontvoerd en liefst ook een land waar geen inentingen voor nodig zijn. Hiken in de bergen brengt echter altijd risico’s met zich mee en nee, het helpt niet dat ik alleen ga. Maar dat is nou eenmaal niet anders. Dank aan iedereen die mij heeft gewaarschuwd voor de gevaren en die nuttige tips en adviezen hebben gegeven. Ik volg er vele van op, maar het advies ‘doe dit niet’ sla ik in de wind. Ik ben te eigenwijs.

Ik compenseer het gebrek aan ervaring met een goede voorbereiding. Dat is nogal een stevige uitspraak, maar dat is hoe ik nieuwe dingen doe. Het komt er vooral op neer dat ik de ervaringen van anderen (liefst professionals) opzoek en daarvan probeer maximaal te leren. Vooral Youtube tegenwoordig. Dat is hoe ik mijzelf auto-onderhoud heb geleerd en hoe ik mijn vorige huis heb ge-/afgebouwd. Dat werkt. Er zijn genoeg professionals die graag hun kennis willen delen.

Het meest in het oog springende gevaar zijn grote wilde dieren. Grizzly’s staan met stip op één, gevolgd door zwarte beren en, op afstand: poema’s en wellicht elanden. Ze hebben allemaal hun eigen gebruiksaanwijzing en helaas ook hun onvoorspelbaarheden. Inmiddels kan ik hun gebruiksaanwijzingen dromen, weet ik hoe (en waar) ik mijn eten ’s nachts moet ophangen en heb ik demonstraties gezien van bear spray en van bear bangers (luide ‘rotjes’).

Verdwalen lijkt me geen groot risico. De bergtoppen zijn prima referentiepunten, ik weet hoe ik een kompas moet gebruiken en ik neem twee telefoons (met powerbank) mee met gedetailleerde kaarten van het hele loopgebied. Verder neem ik wat kaarten op papier mee. Ik puzzel nog hoe ik e.e.a. droog houdt, want telefoons en papieren kaarten kunnen beide niet tegen overvloedig water.

Met wat ik ga doen, ben ik niet heel bang voor ‘127 hours’ – scenario’s. Wel kan ik me verstappen of vallen, maar ook daarvoor geldt: ik ga niet klimmen, ik ga hiken. En ik ben best een schijtlijster als het aankomt op hoogtes, dus ik ben van mezelf voorzichtig genoeg. Ik ga alleen bovenop een berg staan waar ik ook weer vanaf durf.

De vlucht was al geboekt ;-)

Ik ken mezelf goed genoeg om te weten dat het slim is om wat commitment in te bouwen. En dat had ik gedaan. Hee, en dat gedoe met reserveren van campingplaatsen doet niets af aan de schoonheid van de Canadian Rockies. Kortom, verder met de voorbereiding – zien wat er wél mogelijk is.

En wat blijkt? In de provinciale parken in British Columbia mag wél wild gekampeerd worden. En dan zijn er leuke combinaties mogelijk. Zo heb ik voor de eerste nacht de laatst beschikbare plek op het Aster Lake Backcountry Campground (Peter Lougheed Provincial Park) gereserveerd (rechts op het plaatje) en ga ik van daaruit een route lopen die nét in British Columbia eindigt 😉 (bruine route hieronder; de tweede nacht zet ik mijn tentje op in de zwarte ruit).

Op deze manier heb ik de rest van de trip ook gepland. In totaal maar 4 nachten hoeven reserveren, maar wel in drie verschillende parken (en heb dus drie verschillende reserveringssystemen mogen leren doorgronden…). Alle overige nachten bepaal ik lekker zelf waar ik mijn tent opzet.

Backpacking – de confrontatie van het idee met de werkelijkheid

Leuk, zo’n plaatje in je hoofd. Maar dan komt de voorbereiding. Ofwel, de eerste stappen van plan naar uitvoering. Googlen dus. Mijn idee om elke avond ergens een tentje op te zetten, bleek al snel utopisch: dát is niet toegestaan in de nationale parken in Canada of in de provinciale parken in Alberta. Kamperen mag alleen op campings. En in de periode dat ik ga (juli/augustus), moeten campingplaatsen worden gereserveerd. Toen ik dit eenmaal begon door te krijgen, was de lol er voor mij helemaal vanaf. En de reden was niet dat de campings langs de mooiste hikes al helemaal waren volgeboekt (want dat waren ze). Nee, de echte tegenvaller was dat dit niet paste bij het plaatje dat ik in mijn hoofd heb. Ik kan dus niet gaan hiken tot ik moe wordt en dan een tentje opzetten. Of ergens een dag langer blijven omdat de omgeving zo mooi is. Ik zal, elke dag weer, naar de volgende gereserveerde camping moeten gaan. Kortom, mijn vakantie moet strakker worden gepland dan mijn normale leven. En dat wil ik pertinent niet; dat is gewoon geen vakantie. En, wat zeker zo erg is: ik weet helemaal niet welke afstanden ik kan of wil hiken op een dag. Ik heb er immers geen ervaring mee.
Na deze ontdekkingen stopte ik meteen met de voorbereiding van mijn trip.

Backpacking – het idee

Goed, het laatste plan is om te gaan backpacken. Als idee geboren tijdens een spontane, onvoorbereide wandeling naar de sneeuwsgrens van de Snæfellsjökull (IJsland) vorig jaar. Dat smaakte naar meer.

Ik ben niet iemand die zoiets dan eens een dagje gaat proberen. Nee, ik heb een plaatje in mijn hoofd en dat plaatje ga ik verwezenlijken.

“Don’t be afraid to take a big step if one is indicated. You can’t cross a chasm in two small jumps.”
― David Lloyd George

Dat plaatje laat zich omschrijven als: wandelen in adembenemend gebergte, met alles wat ik nodig heb in mijn rugzak. ’s Avonds zet ik ergens mijn tentje op, eet ik wat en kijk ik naar de sterren. ’s Morgens weer vroeg op om opnieuw over bergkammen te lopen. En dit een paar weken achter elkaar. On top of the world, baby!

En het commitment aan mezelf: ik heb meteen een niet-annuleerbaar retourticket gekocht naar Calgary. Het gaan de Canadian Rockies worden.