Hoeveel wil ik delen?

Lachen, wat een vraag. Ik schrijf een blog die echt niemand kent, niemand kan vinden en die ik absoluut niet promoot. Het is alsof ik een dagboek bijhoud, en dat vervolgens open en bloot op een onmogelijke plaats in de wereld neerleg, waar niemand ooit komt.
Totdat ze dat wel doen natuurlijk. Bij mijn overlijden gaat er vast wel iemand eens kijken naar die links op mijn site en zij vinden dan deze blog. De andere (vooral over het vorige koophuis en de sores met mijn leven op dat moment) zit achter slot en grendel, maar deze is openbaar.
Ik heb een conceptartikel klaarstaan over ‘directe feedback van mijn lichaam’, die ik niet ga delen, maar die neerkomt op: mijn lichaam protesteert nogal tegen de dingen die ik doe. Harde fysieke inspanning, alcohol drinken, te veel eten. Vind mijn lichaam niet leuk. Daar laat ik het maar even bij.

Op dit moment ben ik ziek, nadat ik mij compleet heb overwerkt in Noorwegen afgelopen week. Het heeft met elkaar te maken, want mijn weerstand was gewoon te veel verzwakt door het werken. Maar wat heb ik gedaan in die dagen? Een overzicht in enkele foto’s:

Materialen uit de auto naar de hut gesleept
Bouwmaterialen bij de Byggmakker in Arendal gehaald en ook die naar de hut gesleept.
Water gefilterd. ChatGPT kon prima uitleggen waarom de constructie, die ChatGPT zelf had geadviseerd, niet goed werkte om de verkleuring eruit te halen. Heb het water wel gedronken.
2 mei, 00:20. Bijna volle maan aan een heldere hemel. Wat schetste mijn verbazing? 2 dagen later was het ’s nachts om die tijd stikdonker. Nog steeds een heldere hemel, maar geen maan. Hoe dan? ChatGPT wist het antwoord: de maan kwam 2 dagen later niet meer boven de horizon uit. Aparte ervaring wel.
Het huis opgekrikt – dit is het nieuwe gedeelte (jaren 80), waarvan de integriteit van de vloer en de wanden nog prima is. Kortom, het opkrikken van de wanden was genoeg om dit deel recht te zetten.
Bij deze foto gaat het om wat je bovenin ziet: ik heb muizengaas geplaatst onder het hele nieuwe gedeelte. Dit was een monsterklus, dat me te veel energie heeft gekost. Ik was fysiek uitgeput, maar wel erg blij dat het gelukt is om het te doen (op de laatste dag).
Een sfeerfotootje vanaf de andere kant van de rivier. Ik was bezig stenen te halen voor het opkrikken van het huis. De volgende trip ga ik het dak aan de achterzijde herstellen (waar nu nog blauw zeil overheen ligt).
Oh ja, en wat écht niet fijn was: het werk bleef mij achtervolgen. En niet op een leuke manier helaas. Dus ik zat wel lekker ontspannen, maar raakte zo gestrest, dat mijn bloeddruk boven de 180/100 uitkwam. Echt, echt, echt niet leuk. Maar goed, eigen schuld, dan had ik maar niet bereikbaar moeten zijn.

Je zou een blog moeten schrijven over je hut!

Dat was wel leuk om te horen. Maar ik ga niemand vertellen dat ik deze blog heb. Tegelijkertijd is het ook weer geen geheim. We zien wel.

De laatste entry was alweer vier maanden geleden. Sindsdien ben ik er een paar keer geweest; over een paar weken ga ik weer. Wat sfeerbeelden van de hut en omgeving in de sneeuw:

Zonsopgang over 70 cm verse sneeuw bij een temperatuur van -14 graden. Sneeuwschoenen waren een must.
Hoe koud het ook was, ik móest even stoppen om deze foto te maken.
Bij binnenkomst was het -11 graden in de hut. Houtkachel aan en gaskachel aan en het was al snel wel heerlijk. Het dak is niet geïsoleerd, dus de sneeuw erop smelt door het stoken. En dan krijg je ijspegeltjes :-).
OK, ijspegels. Af en toe valt er een naar beneden. En als hij dan tegen het huisje valt, schrik je je de pleuris. Mooi zijn ze wel.
Deze had ik om bouwmaterialen te vervoeren. Dat is niet helemaal succesvol gegaan, maar volgend jaar beter. Leuk was het wel om met zo’n ding te crossen.
Tweede helft maart. Uitzicht vanaf de veranda over het meer. De sneeuw was al snel aan het wegsmelten. Heerlijk weer, dat wel.
Het begint er al op te lijken. Vachtje aan de muur, koeienhuid op de grond, twee comfortabele stoelen. En een Coleman benzinelamp aan het plafond. Die lampen heb ik in Canada ontdekt. Vind ze fantastisch. Ik heb een tweede paar sneeuwschoenen gekocht. De schoenen die ik in het huisje vond, hangen hier aan de muur.

Sinds december heb ik diverse zaken op orde weten te krijgen. Zo heb ik de 4g-antenne precies kunnen richten op de B8 en B20 zendmast die op 8.9 km afstand staat. De verbinding is nu goed genoeg om videocalls mee te doen (20 mbit down, 3 tot 6 mbit up). De elektra werkt super. In maart laadden de accu’s al net zoveel bij als ik verbruikte. De muizen zijn verjaagd door ultrasone muizenverjagers. Ik heb genoeg gas en hout om het daar warm te houden en ook al wat voorraad aan eten. Vanaf de volgende trip ga ik het waterfilter proberen. In de winter kon ik sneeuw smelten. Het waterfilter moet ervoor zorgen dat ik ook in de zomer geen water hoef mee te nemen naar de hut. Dat scheelt nogal wat sjouwwerk.

De andere kant van de hut. Zo ziet det dak eruit in de ‘grote’ slaapkamer. Een beetje rot. Dit is nu prioriteit nummer 1: dit dakvlak moet worden aangepakt. Rotte balken vervangen, dakbeschot vervangen voor zover nodig, nieuwe isolatie plaatsen (hier heeft het dak wel isolatie) en een nieuw plafond plaatsen. Een echt klusje, vooral omdat de materialen nog steeds naar de hut toe moeten worden gebracht.

Memento mori

Op de middelbare school heb ik altijd geleerd dat er een soort van tegenstelling is tussen enerzijds memento mori en anderzijds carpe diem. Gedenk te sterven was meer het Christelijke beeld: denk bij alles eraan dat je ooit dood gaat en dat wat je hier op aarde doet, bepaalt hoe je de eeuwigheid doorbrengt. En pluk de dag was meer een: wie dan leeft, wie dan zorgt. Leven alsof er geen morgen is.

Ik heb geen historisch onderzoek gedaan naar de precieze herkomst en betekenis van beide gezegdes, maar ik zie ze inmiddels als twee zijden van dezelfde medaille.

Gedenk te sterven: sinds ik het leven een beetje leuk ben gaan vinden (een jaar of 9 inmiddels), baal ik ervan dat ik zo veel ervan heb weggegooid. Ik weet, there is no use in crying over spilled milk, maar het heeft mij wel geleerd dat ik kansen moet pakken. De dood loert ergens om de hoek en ook al weet je niet om welke hoek, hij loert wel ergens.

Ik wil het maximale uit het leven halen. De dag plukken, juist ómdat ik gedenk te sterven.

En ik heb werkelijk de mooiste foto’s gemaakt gisterochtend. Dan sta ik echt even met mijn mond open te kijken naar het fantastische uitzicht vanuit de hut.

Cody Johnson – ’til you can’t

Words to live by.

Die hut? Een bouwval

Tja, een blokhut op een prachtige locatie. Die kan ik alleen betalen als er iets mee is. En dat is er. Het is een bouwval. Eén hele hoek van de hut is aan het instorten, omdat de boomstammen verrot zijn. Er is sinds 2005 geen onderhoud meer aan gepleegd en dan krijg je dat. Ik sprak nog een bouwvakker die ook keek of hij de blokhut wilde kopen, maar hij concludeerde dat het niet te redden was. Carpenter ants, rot, een wegzakkende fundering, verrotte kozijnen, een lekkend dak. Kortom, er moet nogal wat aan gedaan worden.

Maar ik vind het fantastisch. Tijdens de eerste trip (toen ik naar het huisje ging vanuit het makelaarskantoor waar ik het koopcontract heb getekend) heb ik een nieuwe accu geplaatst en 4G aangelegd (er is geen bereik met een gewone telefoon, maar met een enorme antenne lukt het wel om een 4G-modem te laten draaien). Verder heb ik een zeil op het dak gelegd om de lekkage tijdelijk te stoppen. En vele, vele muizen gevangen. En de wegzakkende hoek gestut. En een bijzetslot in de voordeur gezet. En heel veel troep terug naar de auto gebracht. En het gastenverblijf van de ondergang gered met wat reparaties van het dak.

Tijdens de tweede trip heb ik een nieuw zonnepaneel geplaatst met een nieuwe laadmanager. En een tweede accu. Verder heb ik een tweede tijdelijke laag op het dak aangebracht om de lekkage te stoppen (eerste laag was niet afdoende). En een nieuw glaasje geplaatst in de deur van de Jotul 602N kachel, het Coleman benzinekookstel geprobeerd, een IKEAstoel in elkaar gezet en de grote slaapkamer leeggeruimd. Oh, en weer vele muizen gevangen.

Volgende week ga ik weet naar de hut. En ditmaal maak ik ‘iets’ meer kilometers: ik reis via oost-Tsjechië om een tinger dog op te halen. Vandaag heb ik een afspraak gemaakt met de verkoper en heb ik ‘m betaald. En dinsdagavond vertrek ik. Woensdag haal ik ‘m op en donderdag heb ik de boot naar Noorwegen. In plaats van 1000 km direct naar Hirtshals en 120 km in Noorwegen, rij ik nu in totaal 2700 km om bij de hut te komen. Met een ‘nieuwe’ Tinger dog in de auto, die ik in Noorwegen naar de hut moet brengen.

Normaal gesproken zou er nu, midden december, een dik pak sneeuw liggen. Er ligt echter geen sneeuw door uitzonderlijk warm weer de afgelopen weken. En dat betekent hopelijk dat ik met de auto naar de bovenste parkeerplaats kan rijden, van waaruit ik in een half uur naar de hut kan lopen. Als ik lager moet parkeren, zal ik anderhalf uur moeten lopen. En aangezien ik pas om 01:30 de auto ga kunnen neerzetten, wil ik graag bovenaan parkeren :-).

Een hut in Noorwegen

Al jaren had ik het ideaalbeeld om een blokhut te kopen. Een blokhut aan een bergmeertje, in the middle of nowhere. Nu ken ik de perfecte blokhut aan een meertje in Canada. Bijna perfect, want er is nog één andere blokhut aan hetzelfde meertje. En ik heb me laten vertellen dat die van de eigenaar van Amazon is. Zou best wel eens kunnen.
De blokhut in Canada ligt echt perfect. Een meer dat net zo mooi is als Lake Louise of Moraine lake, maar waar je wel uren voor moet hiken om er te komen. Ik ben er drie keer geweest. In 2019, in 2023 en in 2025. En ik ga ernaar terug. Op de kaart die in de hut te vinden is, heeft iemand geschreven: ’the closest you can get to heaven without seeing the gates’. En dat is het precies. Ongelooflijk mooi.

Het ideaalbeeld van een hut aan een bergmeertje kwam van de film Oblivion. Een hut dat je alleen met een vliegtuig kon bereiken. Ik zag me daar al met mijn kinderen heen vliegen. En in het echte leven werd het de hut die ik hierboven beschreef (en waarvan ik bewust niet vertel waar het precies ligt in Canada – ik moet er niet aan denken dat deze blog bekend zou worden (onwaarschijnlijk) en mensen ernaar op zoek zouden gaan. Het wordt dan al snel te druk daar).

In 2024 heb ik een vliegles genomen. Helaas had ik kort daarvoor atrium fibrilleren gekregen, waarmee ik niet zelfstandig in een vliegtuigje zou mogen vliegen. Is een beetje een onzinnige regel, want zo gevaarlijk is het niet. Maar de regel is er wel. En daarbij: ik ben inmiddels de 50 gepasseerd (voelt echt niet zo, maar het is wel zo) en dan moet je een jaarlijkse medische keuring laten doen om een vliegbrevet te kunnen behouden. Dit gekoppeld met de kosten van de vlieglessen heeft mij doen concluderen dat een hut aan een meertje dat ik alleen met en watervliegtuigje kan bereiken, niet voor mij is weggelegd.

Het zij even zo. Overigens: dat vliegen is in Noord-Amerika een stuk makkelijker dan in Europa. Er is hier wat minder ruimte zeg maar.

Eerder dit jaar heb ik, met hulp van ChatGPT, mijn opties in kaart gebracht. Een hut in de VS wilde ik niet vanwege de politieke instabiliteit daar. Een hut in Canada was wel denkbaar, maar hoe ga ik bouwmaterialen daar krijgen en hoe ga ik me aan bouwbesluiten houden als ik de bijzonderheden van hun bouwmethoden niet ken? En daarbij: hutten in de Canadian Rockies zijn niet goedkoop. Écht niet. Oh ja, en het is 8 uur vliegen. En bouwmaterialen kan ik tijdens de vlucht niet meenemen.

Een hut in Portugal of Spanje? Te heet. In Oostenrijk of Zwitserland? Te druk. In Roemenië of Bulgarije? Eigendomsbescherming te beperkt. Duitsland? Te duur en te saai landschap. Ik kwam al snel op Zweden of Noorwegen uit.
In Zweden blijken alle vakantiehuizen te zijn gemaakt van verticale rode schrootjes, en de huisjes staan te midden van een groot grasveld. En wie moet dat maaien? De buurman die daar het hele jaar is. En die schrootjes zijn niet mooi; ik wil een blokhut. Eentje met boomstammen dus.

In Noorwegen bleken verreweg de meeste vakantiehuisjes in huttenparkjes te staan. Dicht bij elkaar, met elektriciteit en ja, ook met verticale schrootjes. Wel veelal zwart of bruin, maar nog altijd geen blokhut zoals ik dat voor me zag. Nee, ik wilde niet ’s morgens wakker worden en mijn buren groeten.

En toen kwam ik Homdrom 218 tegen op de verkoopsite finn.no. Een echte blokhut uit 1950- 1960. En die hebben we bekeken. Tijdens dezelfde trip hebben we nog wat andere huisjes gezien, maar al snel wilde ik terug naar Homdrom 218. De omgeving is niet zo mooi als van de hut in Canada, maar het ligt aan een meertje en mijn hut is wel de énige hut aan dat meertje. En er mag niets anders gebouwd worden. Mijn uitzicht is daar vrij van alles dat aan mensen doet denken. Het is puur natuur. En nu ik er zo over nadenk: het zal al vele duizenden jaren puur natuur zijn. Wow.

En de hut is bereikbaar vanuit Nederland. Ik kan er in één dag heen rijden. Anderen zullen vinden van niet (1000 km rijden om in Hirtshals te komen, 4 uur op de boot en dan nog 2 uur in Noorwegen rijden. Oh ja, en dan nog een half uur lopen). Maar goed, ik doe het wel op één dag. Ik vertrek in het donker en kom in het donker aan.

Dus, ja, ik heb het gekocht. De aankoop was in anderhalf uur geregeld, terwijl we in de auto naar huis zaten, komende uit Noorwegen. De formele afhandeling duurde enkele maanden, maar is inmiddels ook afgerond.