Op de middelbare school heb ik altijd geleerd dat er een soort van tegenstelling is tussen enerzijds memento mori en anderzijds carpe diem. Gedenk te sterven was meer het Christelijke beeld: denk bij alles eraan dat je ooit dood gaat en dat wat je hier op aarde doet, bepaalt he je de eeuwigheid doorbrengt. En pluk de dag was meer een: wie dan leeft, wie dan zorgt. Leven alsof er geen morgen is.
Ik heb geen historisch onderzoek gedaan naar de precieze herkomst en betekenis van beide gezegdes, maar ik zie ze inmiddels als twee zijden van dezelfde medaille.
Gedenk te sterven: sinds ik het leven een beetje leuk ben gaan vinden (een jaar of 9 inmiddels), baal ik ervan dat ik zo veel ervan heb weggegooid. Ik weet, there is no use in crying over spilled milk, maar het heeft mij wel geleerd dat ik kansen moet pakken. De dood loert ergens om de hoek en ook al weet je niet om welke hoek, hij loert wel ergens.
Ik wil het maximale uit het leven halen. De dag plukken, juist ómdat ik gedenk te sterven.
En ik heb werkelijk de mooiste foto’s gemaakt gisterochtend. Dan sta ik echt even met mijn mond open te kijken naar het fantastische uitzicht vanuit de hut.
Tja, een blokhut op een prachtige locatie. Die kan ik alleen betalen als er iets mee is. En dat is er. Het is een bouwval. Eén hele hoek van de hut is aan het instorten, omdat de boomstammen verrot zijn. Er is sinds 2005 geen onderhoud meer aan gepleegd en dan krijg je dat. Ik sprak nog een bouwvakker die ook keek of hij de blokhut wilde kopen, maar hij concludeerde dat het niet te redden was. Carpenter ants, rot, een wegzakkende fundering, verrotte kozijnen, een lekkend dak. Kortom, er moet nogal wat aan gedaan worden.
Maar ik vind het fantastisch. Tijdens de eerste trip (toen ik naar het huisje ging vanuit het makelaarskantoor waar ik het koopcontract heb getekend) heb ik een nieuwe accu geplaatst en 4G aangelegd (er is geen bereik met een gewone telefoon, maar met een enorme antenne lukt het wel om een 4G-modem te laten draaien). Verder heb ik een zeil op het dak gelegd om de lekkage tijdelijk te stoppen. En vele, vele muizen gevangen. En de wegzakkende hoek gestut. En een bijzetslot in de voordeur gezet. En heel veel troep terug naar de auto gebracht. En het gastenverblijf van de ondergang gered met wat reparaties van het dak.
Tijdens de tweede trip heb ik een nieuw zonnepaneel geplaatst met een nieuwe laadmanager. En een tweede accu. Verder heb ik een tweede tijdelijke laag op het dak aangebracht om de lekkage te stoppen (eerste laag was niet afdoende). En een nieuw glaasje geplaatst in de deur van de Jotul 602N kachel, het Coleman benzinekookstel geprobeerd, een IKEAstoel in elkaar gezet en de grote slaapkamer leeggeruimd. Oh, en weer vele muizen gevangen.
Volgende week ga ik weet naar de hut. En ditmaal maak ik ‘iets’ meer kilometers: ik reis via oost-Tsjechië om een tinger dog op te halen. Vandaag heb ik een afspraak gemaakt met de verkoper en heb ik ‘m betaald. En dinsdagavond vertrek ik. Woensdag haal ik ‘m op en donderdag heb ik de boot naar Noorwegen. In plaats van 1000 km direct naar Hirtshals en 120 km in Noorwegen, rij ik nu in totaal 2700 km om bij de hut te komen. Met een ‘nieuwe’ Tinger dog in de auto, die ik in Noorwegen naar de hut moet brengen.
Normaal gesproken zou er nu, midden december, een dik pak sneeuw liggen. Er ligt echter geen sneeuw door uitzonderlijk warm weer de afgelopen weken. En dat betekent hopelijk dat ik met de auto naar de bovenste parkeerplaats kan rijden, van waaruit ik in een half uur naar de hut kan lopen. Als ik lager moet parkeren, zal ik anderhalf uur moeten lopen. En aangezien ik pas om 01:30 de auto ga kunnen neerzetten, wil ik graag bovenaan parkeren :-).
Al jaren had ik het ideaalbeeld om een blokhut te kopen. Een blokhut aan een bergmeertje, in the middle of nowhere. Nu ken ik de perfecte blokhut aan een meertje in Canada. Bijna perfect, want er is nog één andere blokhut aan hetzelfde meertje. En ik heb me laten vertellen dat die van de eigenaar van Amazon is. Zou best wel eens kunnen. De blokhut in Canada ligt echt perfect. Een meer dat net zo mooi is als Lake Louise of Moraine lake, maar waar je wel uren voor moet hiken om er te komen. Ik ben er drie keer geweest. In 2019, in 2023 en in 2025. En ik ga ernaar terug. Op de kaart die in de hut te vinden is, heeft iemand geschreven: ’the closest you can get to heaven without seeing the gates’. En dat is het precies. Ongelooflijk mooi.
Het ideaalbeeld van een hut aan een bergmeertje kwam van de film Oblivion. Een hut dat je alleen met een vliegtuig kon bereiken. Ik zag me daar al met mijn kinderen heen vliegen. En in het echte leven werd het de hut die ik hierboven beschreef (en waarvan ik bewust niet vertel waar het precies ligt in Canada – ik moet er niet aan denken dat deze blog bekend zou worden (onwaarschijnlijk) en mensen ernaar op zoek zouden gaan. Het wordt dan al snel te druk daar).
In 2024 heb ik een vliegles genomen. Helaas had ik kort daarvoor atrium fibrilleren gekregen, waarmee ik niet zelfstandig in een vliegtuigje zou mogen vliegen. Is een beetje een onzinnige regel, want zo gevaarlijk is het niet. Maar de regel is er wel. En daarbij: ik ben inmiddels de 50 gepasseerd (voelt echt niet zo, maar het is wel zo) en dan moet je een jaarlijkse medische keuring laten doen om een vliegbrevet te kunnen behouden. Dit gekoppeld met de kosten van de vlieglessen heeft mij doen concluderen dat een hut aan een meertje dat ik alleen met en watervliegtuigje kan bereiken, niet voor mij is weggelegd.
Het zij even zo. Overigens: dat vliegen is in Noord-Amerika een stuk makkelijker dan in Europa. Er is hier wat minder ruimte zeg maar.
Eerder dit jaar heb ik, met hulp van ChatGPT, mijn opties in kaart gebracht. Een hut in de VS wilde ik niet vanwege de politieke instabiliteit daar. Een hut in Canada was wel denkbaar, maar hoe ga ik bouwmaterialen daar krijgen en hoe ga ik me aan bouwbesluiten houden als ik de bijzonderheden van hun bouwmethoden niet ken? En daarbij: hutten in de Canadian Rockies zijn niet goedkoop. Écht niet. Oh ja, en het is 8 uur vliegen. En bouwmaterialen kan ik tijdens de vlucht niet meenemen.
Een hut in Portugal of Spanje? Te heet. In Oostenrijk of Zwitserland? Te druk. In Roemenië of Bulgarije? Eigendomsbescherming te beperkt. Duitsland? Te duur en te saai landschap. Ik kwam al snel op Zweden of Noorwegen uit. In Zweden blijken alle vakantiehuizen te zijn gemaakt van verticale rode schrootjes, en de huisjes staan te midden van een groot grasveld. En wie moet dat maaien? De buurman die daar het hele jaar is. En die schrootjes zijn niet mooi; ik wil een blokhut. Eentje met boomstammen dus.
In Noorwegen bleken verreweg de meeste vakantiehuisjes in huttenparkjes te staan. Dicht bij elkaar, met elektriciteit en ja, ook met verticale schrootjes. Wel veelal zwart of bruin, maar nog altijd geen blokhut zoals ik dat voor me zag. Nee, ik wilde niet ’s morgens wakker worden en mijn buren groeten.
En toen kwam ik Homdrom 218 tegen op de verkoopsite finn.no. Een echte blokhut uit 1950- 1960. En die hebben we bekeken. Tijdens dezelfde trip hebben we nog wat andere huisjes gezien, maar al snel wilde ik terug naar Homdrom 218. De omgeving is niet zo mooi als van de hut in Canada, maar het ligt aan een meertje en mijn hut is wel de énige hut aan dat meertje. En er mag niets anders gebouwd worden. Mijn uitzicht is daar vrij van alles dat aan mensen doet denken. Het is puur natuur. En nu ik er zo over nadenk: het zal al vele duizenden jaren puur natuur zijn. Wow.
En de hut is bereikbaar vanuit Nederland. Ik kan er in één dag heen rijden. Anderen zullen vinden van niet (1000 km rijden om in Hirtshals te komen, 4 uur op de boot en dan nog 2 uur in Noorwegen rijden. Oh ja, en dan nog een half uur lopen). Maar goed, ik doe het wel op één dag. Ik vertrek in het donker en kom in het donker aan.
Dus, ja, ik heb het gekocht. De aankoop was in anderhalf uur geregeld, terwijl we in de auto naar huis zaten, komende uit Noorwegen. De formele afhandeling duurde enkele maanden, maar is inmiddels ook afgerond.
Ik ben actief voor een vakbond. Ik hou even in het midden voor welke. Ik spreek geregeld mensen die in moeilijke situaties zitten qua werk en ik kan die situaties lang niet altijd voor ze oplossen. En als ik er zo over nadenk: ik kan ze meestal niet voor ze oplossen. Maar ik kan de situaties vaak wel goed uitleggen. En verbeteren. Ik voer vaak best moeilijke gesprekken, waarin ik mensen uitleg hoe de vork in de steel zit. En dat zijn soms echte slecht nieuws gesprekken. En ik voel dan dat het niet makkelijk gaat zijn voor de ander om het eerlijke verhaal van mij te horen. Maar ik geloof dat het goed is als mensen het eerlijke verhaal wel horen. En ik merk dat mensen daar vervolgens ook echt iets aan hebben. Het helpt hen vooruit. Ik zeg datgene dat ze in hun achterhoofd al wel weten, maar niet tegenover zichzelf of anderen durven toe te geven. En soms moet ik ze iets vertellen waar ze echt niet aan toe zijn. Bijvoorbeeld dat ze gewoon écht niet passen in deze organisatie. Maar dat is dan iets dat van mij komt. Het komt van iemand die oprecht wil helpen en die aan hun kant staat. En soms is het meer dan medeleven dat ik voel. Of ik voel daar veel van, zeg maar. Dan tref je de allerbeste medewerker die je maar kan wensen. Iemand die werkelijk overal in de organisatie tot bloei kan komen, maar die door fouten van anderen tóch in de problemen is gekomen. Life isn’t fair. En dat probeer ik dan uit te leggen: jij hebt de wereld voor je liggen, maar waarschijnlijk niet in deze organisatie. En dat is heel jammer voor de organisatie. Echt heel jammer. Maar dat zie ik, maar dat zien de mensen die jou zouden moeten aannemen niet.
Ik zie wel dat dit uiteindelijk goed is voor zo iemand. Zij (het is een zij) moet gewoon ergens gaan werken waar ze wel gewaardeerd wordt voor haar kunnen. En dat is ergens anders. We gaan proberen te zorgen dat ze er zo goed mogelijk uitspringt.
We helpen mensen heel vaak naar een situatie toe waarin ze geen lid meer zijn van de vakbond. Best bijzonder.
Ik vind het fijn om iedereen recht in de ogen te kunnen kijken. Ik heb in het verleden mensen in mijn omgeving gehad die leugens beschouwden als een overlevingsstrategie: als de waarheid je ergens niet uit redt, dan lieg je gewoon. Het lijkt mij heel vermoeiend. Natuurlijk vertel ik niet alles aan iedereen, maar ik weet al decennialang te voorkomen dat ik moet liegen. En dat wordt best gewaardeerd merk ik. En voor mijzelf heeft het enorme voordelen: niet alleen kan ik daardoor met mezelf leven, het vereenvoudigt het leven ook enorm. Ik moet in dit verband altijd denken aan één voorval. Mijn toenmalige vrouw en ik gingen naar mijn schoonzus en zwager. Ik denk dat het was om Sinterklaas te vieren. We hadden 50 minuten te rijden en we waren gevraagd om écht, écht, écht op tijd te zijn. Ik was op tijd klaar, maar mijn vrouw niet. Uiteindelijk reden we te laat weg. Ik reed goed door; iets te hard wellicht, maar ook weer niet extreem. Kinderen in de auto; een social event: het was het niet waard om veel te hard te rijden. Het was niet dat ik met een medisch spoedgeval zat en naar het ziekenhuis moest rijden – want geloof me, dan rij ik wel zo hard als ik zou kunnen zonder te crashen. Ik dwaal af.
We reden dus te laat weg. En kwamen te laat aan. Ik liep de gang in en trof mijn zwager. Ik zie zijn teleurgestelde blik zeg : sorry, we zijn te laat vertrokken. We waren niet op tijd klaar en daarom zijn we nu te laat. Ik wou dat het anders was, maar helaas, het is niet anders. Sorry. Hij snapt dat ik het ook niet leuk vind dat we te laat zijn en heeft begrip voor de situatie. Ik loop door en tref ik mijn schoonzus. Ik kwam daar overigens graag. Mijn schoonzus is een schat en mijn zwager een supervent die altijd bereid was om te helpen. Ik mis hen beiden enorm sinds 2016 en hoop dat het goed met ze gaat. Terug naar 200x. Ik begroet mijn schoonzus en zeg ook tegen haar: sorry dat we te laat zijn. We zijn te laat weggereden. Ik krijg een verbaasde blik terug: had je geen file dan? Ik leg uit dat we geen file hebben gehad. Ik heb zelfs wat tijd goedgemaakt door goed door te rijden. Ze blijft mij verbaasd aankijken.
Ik realiseer me dat ik met mijn vrouw moet gaan praten. Ik tref haar en vraag: wat heb jij verteld over waarom we te laat zijn? Je zus is verbaasd dat we geen file hadden. En toen vertelde ze me dat ze haar zus net had verteld dat we lang in de file hadden gestaan. En dat dat dus de reden was waarom we te laat zijn. Ik voelde plaatsvervangende schaamte voor haar leugens. Ze was boos op mij dat ik de waarheid had verteld. En ik was boos op haar omdat ze had gelogen.
Deze wijze van in het leven staan voelt niet alleen goed, maar het maakt het leven ook een stuk makkelijker. Ik hoef niet te onthouden wie ik welke leugen wanneer heb verteld. Het is veel gemakkelijker om alleen te onthouden hoeveel je iemand hebt verteld. Want nee, het is niet goed om iedereen alles te vertellen over wat ik voel en denk. Sommige dingen moet ik voor me houden in sommige situaties. Door eerlijk te zijn kan ik mezelf altijd recht in de ogen kijken en zeggen: ik heb geprobeerd het goed te doen.
Ik ben niet zo van het delen. Mensen gaan dan iets vinden van wat ik doe en daar wil ik eigenlijk niet mee worden geconfronteerd. En dat gevoel houdt mij tegen om dingen te delen op facebook. Andere social media heb ik niet eens. En dit blog is natuurlijk ook compleet onvindbaar (nog los van het feit dat blogs al echt compleet achterhaald zijn). Tegelijkertijd zie ik dat er mensen in mijn omgeving zijn die, als ik ze vertel wat ik zoal doe en plan te gaan doen, daar met bewondering naar kijken. En dan denk ik: als ze bewondering hebben voor wat ik doe, dan doe ik misschien wel iets goeds. En dan wil ik er misschien over vertellen, omdat mensen het leuk vinden om erover te horen. Misschien kan ik mensen inspireren.
Of is dit een rationalisatie om toch eens iets op te schrijven zodat ik het zelf later eens kan teruglezen en tevreden kan terugkijken op mijn leven? Ja, dat is het. En dan is het eigenlijk wel goed als ik het schrijf in een obscuur blog dat niemand kent – maar ikzelf natuurlijk wel :-).
Goed, ik ga dit blog weer gebruiken. En ik ga voorlopig niemand erover vertellen. Ik publiceer het en ik lees het zelf. Ja, anderen kunnen meelezen. En dat mag. En aan iedereen die meeleest: fijn, maar hou je gedeisd (gedeist?), anders stop ik waarschijnlijk met schrijven.
Al enige tijd sta ik best vaak op de crosstrainer. 40 minuten 230W, vrijwel elke dag. Soms met een rugzak van 10 kg. Kortom, ik train best zwaar. Maar zou ik ook kunnen hardlopen? Qua conditie zeker, maar wat is er nog meer nodig? Gebruik je eigenlijk andere spieren voor hardlopen dan voor trainen op de crosstrainer?
Zondag 9 juni besloot ik het eens te proberen. Ik liep 5.72 km in 35 minuten. Ik heb in die 35 minuten 5 minuten gewandeld. Ik vond het best OK voor een eerste poging. Als je schema’s voor beginners bekijkt, dan duurt het weken en weken voordat je geacht wordt zo lang achter elkaar te kunnen hardlopen. Na het lopen had ik wel echt veel last van mijn spieren. Echt spierpijn. Ik kon de trap nauwelijks op komen. Ik heb later die dag nog wel een half uur op de crosstrainer gestaan, want moe was ik niet.
Twee dagen later viel het me op dat meerdere wegen rondom Vleuten en Haarzuilens op 23 juni worden afgesloten. Ik realiseerde me dat er misschien wel een hardloopevent zou zijn die dag, googlede het en, jawel!, die dag wordt de Kasteelloop de Haar gehouden. De inschrijving voor de 5 km zat vol, maar ik kon me wel inschrijven voor de 10,55 km. Dat heb ik meteen gedaan (nr 4299) en nu heb ik een doel voor het hardlopen :-). Een uurtje later was de inschrijving voor de 10 km ook gesloten – goed dat ik niet heb geweifeld!
Die dag meteen weer een rondje hardgelopen. Nu zonder tussendoor een stukje te wandelen. 5.68 km in 32:13. Opnieuw was het achteraf niet leuk: de pijn aan mijn beenspieren en aan mijn pezen (bovenzijde knieën met name) was heftig. Maar het voelde als gewone overbelasting: spierpijn. Geen bijzonderheden.
Ik besloot dat ik elke 2 dagen zou gaan trainen, zodat mijn pezen en spieren elke andere dag kunnen herstellen. Tja, en op wat voor tijd zou ik moeten mikken? Op basis van de eerste trainingen lijkt het nét haalbaar om de 10.55 km in 1 uur te doen. Hee, en misschien zit er nog wat progressie in mijn snelheid in de nu resterende 5 trainingen. Ambitieus doel. Leuk :-).
Donderdag heb ik 45 minuten gelopen, zaterdag 50 minuten. Ik begin er vertrouwen in te krijgen dat het zou moeten lukken. De spierpijn achteraf begint minder erg te worden en de laatste training had ik, als het nodig was, denk ik nog wel 10 minuten langer door gekund – daarmee zou het gelukt zijn om de kwart marathon in een uur te lopen. Vanaf de vierde training heb ik mijn tepels afgeplakt. De kleding schuurde te veel; ze begonnen te bloeden.
Mijn trainingen tot nu toe:
Dag
Afstand (km)
Tijd (min:sec)
Theoretische tijd 10.55km. (min:sec)
9/6
5.72
35:04
64:33
11/6
5.68
32:12
59:50
13/6
7.96
45:00
59:38
15/6
8.92
50:00
59:08
17/6. Ik ga zo weer trainen, maar zie er wel tegenop. Het is best zwaar naturlijk. Ik verwacht eerlijk gezegd niet dat ik na zondag ga blijven hardlopen. We gaan het zien.
Dag
Afstand (km)
Tijd (min:sec)
Theoretische tijd 10.55km. (min:sec)
17/6
10.70
60:00
59:10
De training ging super. Het is gelukt! Als ik dit zondag kan herhalen, dan is het doel bereikt. Best apart. Ik heb vandaag een kwart marathon gelopen :-). Helaas had ik opnieuw last van bloedende tepels; overmorgen maar eens beter plakkende pleisters proberen.
19/6. Opnieuw zag ik er wel tegenop. Opnieuw bloedende tepels; pleisters lieten weer los. Overigens tijdens het lopen ook pijn op diverse plaatsen in mijn benen en voeten. Het is toch een soort van overbelasting (90 kg een uur lang in beweging houden is per definitie overbelasten). Lekker opzwepende muziek opgezet.
Dag
Afstand (km)
Tijd (min:sec)
Theoretische tijd 10.55km. (min:sec)
19/6
10.75
60:00
59:10
Vrijdag ga ik niet meer trainen. Ik ga mijn lichaam vanaf nu rust gunnen tot aan zondag. Deels omdat dat mogelijk een beter resultaat oplevert zondag, maar deels ook omdat het wel leuk is geweest zo. Nog één keer een krachtinspanning, zondag dus, en dan hou ik er denk ik mee op.
Update van zondag 23/6: de dag van de Kasteelloop. I’ve done it! in 59:38 minuten. Ik vertrok 11 minuten later dan het startschot en daarom kloppen de vergelijkingen met anderen op die pagina niet (ik was inderdaad de 29e man in de leeftijd 50-54 die over de finish kwam, maar er hadden er maar 18 een snellere tijd – de andere 10 waren gewoon eerder gestart).
Mannen alle leeftijden
Mannen 50-54 jr
Overall
264 van de 599.
19e van de 59.
362e van 1236.
Oh, en ik moet nog even klagen. De finish stond te ver weg! De finish stond op ongeveer 10,8 km en niet op 10,55 km. Daardoor was het nog bijna mislukt om binnen een uur te finishen; ik heb echt een sprintje moeten trekken de laatste 200 meter! En waarom denk ik dit zo zeker te weten? Allereerst mijn eigen waarneming. Elk km-bord stond op de juiste plaats volgens mijn eigen gps. Alleen de finish klopte niet. En bij alle deelnemers zie je dat hun tijden van de eerste 10 km gemiddeld véél sneller zijn dan de laatste ‘0,55’ km. De verklaring is dat de afstand tussen de 10 km en de finish 0,8 km was. Gelukkig had ik het op tijd door en met het extra sprintje lukte het om de 10.8 km in een uur te lopen.
Nog even de route:
En nu? Ga ik door met hardlopen? Ik weet het nog niet. Het is misschien wel leuk – het geeft in ieder geval wel echt een boost om zo’n loop te doen en je doel te halen. Van de andere kant: ik had weer bloedende tepels (pleisters bleven niet zitten) en ik heb nu, ’s avonds, behoorlijk wat last van mijn rechter achillespees. Ik moet die echt ontzien en loop er zelfs wat anders door. Oké, dat laatste is een eufemisme: ik loop gewoon mank. Dus eerst maar eens helen en daarna zie ik wel weer. De Dam tot Damloop lijkt me wel wat (maar zit vol inmiddels en komt niet optimaal uit t.o.v. vakantieplannen).
Het eerste dat ik had geboekt, was de vlucht. De rest kwam later wel. Hostel voor de eerste nacht, hotel voor de laatste nacht. En één of twee campings voor de eerste dagen dat ik nog rond zou lopen in ‘drukke’ gebieden. En een huurauto natuurlijk, want er zijn geen openbaar vervoeropties naar het loopgebied. En het gaat misschien wel lukken om een taxi te nemen er naartoe, maar omdat in het loopgebied geen mobiel bereik is, is er geen mogelijkheid om een taxi terug te regelen. Kortom, een huurauto is noodzaak.
Maar wat schetste mijn verbazing? Huurauto’s zijn niet te betalen in Calgary. De goedkoopste optie voor 3 weken was ruim $4000 CAD, ofwel zo’n €2700. Voor de vlucht had ik minder dan de helft betaald…
Dit werd echt zo’n dingetje dat ik in de maanden voor vertrek maar voor me uit zat te schuiven. Misschien toch een taxi proberen? En dan afspreken dat ze me 3 weken later op een afgesproken tijdstip weer komen ophalen? Geeft niet heel veel rust eigenlijk. En de reviews van de taxibedrijven in de buurt zijn belabberd.
Elke paar weken keek ik weer eens naar de prijzen van huurauto’s. En telkens weer bleek dat ze nog steeds onbetaalbaar waren. Tot 11 april. Toen waren de drie beste opties opeens deze:
En voor alle duidelijkheid: het lijstje ging verder met allemaal auto’s die duurder waren dan $4200. Vol ongeloof keek ik naar het lijstje. Zó goedkoop? Voor 3 weken? Dat moet wel een foutje zijn. En toen dacht ik: waarom niet. Betalen hoeft pas ter plekke, dus ik loop geen financieel risico. Dus ik heb de auto bij Enterprise gereserveerd. Ik kreeg nog korting (had eerder een auto bij hen gehuurd) en kreeg de bevestiging dat ik een auto had voor zo’n $225. €150 voor 3 weken. Ofwel ruim 95% korting – te mooi om waar te zijn.
En dat ging knagen. Als iets te mooi is om waar te zijn, dan … is dat het ook, zegt de volkswijsheid. En dus had ik nog steeds niet de zekerheid dat ik een huurauto had en zo ja, tegen welke prijs.
Een week of zo voor vertrek kwam er wat meer duidelijkheid. Ik kreeg een mailtje van Enterprise: u heeft een auto gehuurd tegen een promotional rate. Let op dat als u iets wil wijzigen, dat dat dan tegen de normale tarieven gaat. Dat mailtje gaf enerzijds hoop: het suggereerde dat ik ‘m mee ging krijgen. Maar het leverde anderzijds net zo hard nieuwe onzekerheden op, want ik ging natuurlijk nooit precies op tijd de auto kunnen ophalen. Zou ik ‘m nog meekrijgen als ik een uur vertraging heb? En geldt het tarief ook nog als ik de auto een paar uur te vroeg inlever?
Fast forward naar de aankomstdag, 9 juli. Vliegtuig landde mooi op tijd, maar de bagage duurde eindeloos. Uiteindelijk was ik bijna een uur te laat bij de verhuurbalie. Best wat stress, maar alles was in orde. Geen enkel probleem. Wow. Ik heb nog even alle mogelijke verzekeringen erbij genomen (wilde niet dat ze achteraf allemaal schades zouden zien), wat wel betekende dat ik uiteindelijk €650 kwijt was voor de auto. Verzekeringen zijn duur. Maar ik kreeg de garantie: ‘You only have to throw the keys at us and you’re good’. Dat gaf de rust die ik nodig had.
Bij het ophalen van de auto kreeg ik de vraag of ik het ook goed vond om een ander type auto mee te krijgen. Een Volkswagen Jetta (2021). Dat vond ik prima, want ik dacht toch alleen naar het trailhead te hoeven rijden en weer terug. Alleen geasfalteerde wegen.
Dirt roads
De trip liep wat anders. Na een week was ik alweer terug bij de auto en reed ik naar een ander trailhead, inclusief maar liefst zo’n 60 kilometer onverharde wegen. En onverharde wegen zijn daar soms van zand, maar vaker van steentjes. Soms kleine steentjes en soms ook steentjes tot wel zo’n 5 cm groot. Daar is zo’n sedan niet voor gemaakt. En de banden ook niet – en dat voel je!
Waarschuwingsborden genoeg. Overigens staan er niet altijd van dit soort borden. Soms zie je de rotsblokken langs en op de weg liggen en weet je dat je in zo’n zone bent ;-). Maar het lastigste was dat de steentjes op de weg gewoon te groot waren voor de banden.
Al snel zag de auto er zo uit :-D, ook al reed ik rustig, heel rustig. Een indruk:
Het geluid dat je hoort is het onkruid dat onder de auto door schuurt.
Wat kan nog wel en wat echt niet met een VW Jetta op straatbanden?
Ik had dus niet echt een geschikte auto voor de wegen waarop ik reed en dacht geregeld: ik had tóch die mini-SUV moeten nemen. Al weet ik ook niet hoeveel beter een Hyundai Kona op deze wegen zou zijn geweest.
Dit kon de Jetta prima. Uiteraard niet ín de geul gaan rijden, maar er overheen gaan alsof het een tramrails is waar je met fiets overheen gaat. Wel moest ik af en toe even uitstappen om te zien hóe ik dat het beste kon doen :-).
Deze modderpoel bleek een grotere uitdaging. Op de foto zit de auto vast in de modder. En op zo’n moment ben je toch echt op jezelf aangewezen – ik was die dag nog niemand tegengekomen en uiteraard was hier geen mobiel bereik. Ik ben lang bezig geweest om ‘m los te krijgen; iets van een uur of zo. Eerst door takken en stenen onder de voorwielen te duwen en daarover te willen rijden, maar dat werkte niet.
Dit werkte wel: de auto opkrikken en stenen onder (en achter) de wielen leggen. Daarna de plas water (bleek helemaal niet zo diep) met wat vaart benaderd en verder gereden.
Maar helaas, op enkele momenten moest ik mij (of eigenlijk de auto) toch echt gewonnen geven. Dit was zo’n moment.
Doorrijden kón wel, maar dan zouden de bossages aan beide kanten gaan langs de auto gaan schuren. En dan mag ik nog zo’n goede verzekering hebben, expres schade maken vond ik geen goed idee. Op een ander moment ben ik omgedraaid omdat er een écht diepe plas lag en ik niet nogmaals vast wilde komen zitten.
Ik ben naar meerdere trailheads gereden, over naar schatting zo’n 250 km aan onverharde wegen. En bij zo’n trailhead zet ik de auto neer voor een periode van enkele dagen tot een week. En dan is het wel goed om de auto te beschermen tegen ongedierte: stekelvarkens. Die houden van rubber. En wat is er van rubber aan een auto? Stukjes van de remleidingen. Dus ter bescherming pakte ik de auto in in kippengaas. Best een puzzeltje, want ik wilde natuurlijk voorkomen dat de auto erdoor zou worden beschadigd. En dat ziet er dan zo uit:
Einde van een lange dag autorijden. Tent staat al klaar; auto ingepakt.
En dan het inleveren van de auto. De avonturen hadden hun sporen achtergelaten op de auto: een kleine barst en enkele kleine sterretjes in de voorruit en verder had de zijkant van de auto toch ook wel wat (lichte) schade: een klein deukje, wat kleine chipjes verwijderde verf en wat krassen in een zijruit. Een beetje gespannen reed ik de parkeergarage in om de auto in te leveren. De auto werd (schijnbaar) goed nagekeken, maar tot mijn verbazing werden de schades allemaal over het hoofd gezien. Op deze manier is het wel leuk om een auto in te leveren.
Tja, Covid heeft tot meer uitstel geleid dan me lief is. Eigenlijk wilde ik in 2020 alweer terug, maar dit jaar gaat het er eindelijk weer van komen: hiken in de Canadian Rockies, opnieuw in het Height of the Rockies provincial park, British Columbia.
Ik ben zeker ietsje ouder geworden, en heel misschien ook ietsje wijzer 😇. Ik ga niet opnieuw de Northover Ridge trail lopen, al was het maar omdat ik nog steeds de angst herleef als ik terugdenk aan het moment dat ik plat op die bergkam lag, met aan elke zijde een arm en niet voor- of achteruit durfde. En nog een aanpassing: ik neem ditmaal een satelliet communicator mee. Zo eentje met een grote SOS-knop.
Pff, het leek er écht even op dat ik alle eerdere posts kwijt was. Na de migratie van het domein naar een andere provider bleek de backup niet goed over te kunnen worden gezet. Het heeft een paar dagen geduurd, maar volgens mij is nu alles teruggezet – én inmiddels ook op een toekomstbestendige manier gebackupt (of hoe je dat ook behoort te schrijven).